|
Programma: |
Dag
1: Aan de hand van proeflapjes worden verschillende technieken
uitgediept en wordt uitgelegd hoe je de krimpfactor kunt berekenen.
Voorbeelden van technieken zijn: dun en dik vilt, het opbouwen van
lagen, plooien en vouwen, gaten en kraters, structuren, shiborivilt
etc.
Dag 2:
Op deze dag bestaat de mogelijkheid om een werkstuk te maken met een
of meerdere van de geleerde technieken. Dit kan in de vorm van een
grote lap (die dan bijvoorbeeld gebruikt kan worden als wandkleed of
stola), een shawl, een kraag, of anderszins.
|